Dit reisverslag is samengesteld door Cees Versteeg.

Reis door Andalusië van 16 - 25 september 2017

De komende week gaat de lang gekoesterde wens van Ria om het Alhambra te zien eindelijk in vervulling. We gaan een rondreis maken door Andalusië en bezoeken onder meer de steden Málaga, Ronda, Cordoba en Granade.

We vertrekken op zaterdagochtend na de koffie met de auto naar Schiphol. We parkeren P3 vlakbij de luchthaven. Een pendelbus brengt ons naar de vertrekhal en om 16:15 vliegen we met Transavia naar Málaga.

Na zo'n 3 uur vliegen landen we op het vliegveld van Málaga en in de aankomsthal staat onze reisleider Toine Luksemburg al op ons te wachten. We herkennen hem aan een bord met daarop de grote letters SRC. Hier ontmoeten we ook de andere 27 deelnemers aan onze rondreis.

Gezamelijk lopen we naar de bus waar de chauffeur Pedro al op ons wacht. In de bus heet onze reisleider Toine ons nogmaals welkom. Toine is een Nederlander die al 30 jaar in Andalusië leeft en getrouwd is met een Spaanse senorita. Samen hebben ze twee zoons. Gedurende de reis zal blijken dat Toine zeer veel kennis heeft van de historie, flora en fauna van Andalusië. Maar bovenal weet hij dat steeds op een boeiende manier te brengen.

We rijden naar het hotel in Estapona dat vlakbij Málaga ligt. Het was een ander hotel dan gebruikelijk en dus was het even zoeken. Ik merk dan gelijk het voordeel van een groepsreis. Lekker zitten in de bus en de chauffeur en gids zoeken wel uit waar we moeten zijn. In het hotel wachtte nog een buffet maaltijd op ons. Daar hadden we wel trek in.

Het hotel was prachtig gelegen met uitzicht op zee en heuvels. Tijdens het eten maken we verder kennis met een aantal van onze reisgenoten. Na afloop gingen we nog even een kop koffie drinken met Peter en Hilde. Jammer was wel dat er iemand nog zo ontzettend hard stond de zingen in de hotel lobby, waardoor we elkaar nauwelijks konden verstaan. Na de eerste nacht zullen we via Ronda doorreizen naar Sevilla waar we drie nachten zullen verblijven. De laatste drie nachten zullen we in Granada door te brengen.

Dag 2 Ronda

Na een goede nachtrust gingen we op zoek naar de ontbijtzaal. Hier vonden we een plekje met een mooi uitzicht op de omliggende heuvels. In de verte zagen we de blauwe de Middelandse Zee liggen. Na het ontbijt stappen we in de bus voor een reis van zo'n 60 km naar Ronda. Vanaf de Costa del Sol rijden we noordwaarts over de A397. Deze nu mooie weg was in het begin van de 19e eeuw het domein van de Bandoleros. Deze door armoede gedreven struikrovers overvielen argeloze reizigers en vonden in het onherbergzame gebied een ideale schuilplaats. Een door vriend en vijand gerespecteerde bandolero was José Maria Hinojosa, beter bekend onder zijn bijnaam El Tempranillo. Altijd hoffelijk tegenover zijn slachtoffers stal hij nooit juwelen van emotionele waarde. Hij liet zelfs geld voor zijn slachtoffers achter zodat zij het volgende dorp konden bereiken.

Ronda is een typisch Andalusische stad met ruim 30.000 inwoners. Rond de stad bevinden zich overblijfselen van prehistorische nederzettingen uit de Neolithische tijd, waaronder de rotsschilderingen van Cueva de la Pileta. Ronda werd echter eerst bewoond door de vroege Kelten, die het in de zesde eeuw voor Christus Arunda noemde. Het huidige Ronda is van Romeinse oorsprong, opgericht als een versterkte post in de Tweede Punische Oorlog, door Scipio Africanus. Ronda ontving de titel van de stad ten tijde van Julius Caesar.

El Tajo

De stad wordt in tweeën gesplitst door een diepe kloof "El Tajo". De Puente Nuevo (wat Nieuwe Brug betekent) is de nieuwste en grootste brug van de drie bruggen die de 120 meter diepe kloof met de Guadalevin River overspannen. De bouw begon in 1759 en nam 34 jaar in beslag. In 1735 had men ook al een poging gedaan een brug te bouwen. Deze was ontworpen met een boog. Deze constructie was echter te zwak en in 1941 storte de hele brug in. Hierbij kwamen 50 mensen om.

Boven de centrale boog bevindt zich een kamer die voor meerdere doeleinden is gebruikt. Hij deed ondermeer dienst als gevangenis. Tijdens de burgeroorlog van 1936-1939 hebben beide zijden naar verluidt de gevangenis gebruikt als een martelkamer voor gevangen tegenstanders. Sommigen gevangenen werden gedood door ze uit de ramen te gpoien naar de rotsen onderaan de El Tajo kloof. De kamer wordt bereikt via een vierkant gebouw dat ooit het verblijf van de bewakers was. Het bevat nu een tentoonstelling die de geschiedenis en de bouw van de brug beschrijft.

Kerken

Iglesia de Nuestra Senora de la Merced

Stieren vechten

Plaza de Toros de la Real Maestranza de Caballería de Ronda is een van de oudste arena's van Spanje (1758) en is de bakermat van het moderne stierenvechten. Ook worden er sinds de 16e eeuw de paarden getraind (Escuela de Equitación) waar de ruiters gedurende het gevecht op zitten. De ring heeft een diameter van ongeveer 220 meter en heeft 68 bogen en twee niveaus met zitplaatsen.

Reis naar Servilla

Na de rondwandeling gingen om ongeveer 15:00 uur naar bus om de verder te reizen richting Sevilla. Om ongeveer half zeven kwamen we daar aan. We verbleven in het hotel Plaza de Armes dat in het centrum van de stad is gelegen. De eerste avond hebben we in het hotel een diner gehad.

Dag 3 Sevilla

Vandaag gaan we een stadswandeling door Sevilla maken. We bezoeken onder andere het Parque María Luisa en het Plaza de España, een van de mooiste pleinen van Sevilla. Ook zien we de oude tabaksfabriek die het decor vormde voor de opera ‘Carmen’. Via de Barrio de Sta.Cruz, het oude middeleeuwse centrum, wandelen we naar de Giralda (de klokkentoren) en de kathedraal. Tot slot bezichtigen we het Huis van Pilatus, een romantisch 16e-eeuws renaissancepaleis met mudéjar-invloeden.

Parque de Maria Luisa

Na het ontbijt stappen we in de bus voor een reis van zo'n 60 km naar Ronda. We rijden vanaf de Costa del Sol noordwaarts over de A397. De nu mooie weg was in het begin van de 19e eeuw het domein van de Bandoleros. Deze door armoede gedreven struikrovers overvielen argeloze reizigers en vonden in het onherbergzame gebied een ideale schuilplaats. Een door vriend en vijand gerespecteerde bandolero was José Maria Hinojosa, beter bekend onder zijn bijnaam El Tempranillo. Altijd hoffelijk tegenover zijn slachtoffers stal hij nooit juwelen van emotionele waarde. Hij liet zelfs geld voor zijn slachtoffers achter zodat zij het volgende dorp konden bereiken.

Plaza de España

Vanaf het Parque de Maria Luisa lopen we zo het Plaza de España op. Plaza de España werd gebouwd als het middelpunt van de Expo in 1929, die in het Maria Luisa park plaatsvonden. De architect Anibal Gonzalez ontwierp de Plaza om andere exposanten en bezoekers uit de hele Spanje en Latijns-Amerika, te imponeren. Andere paviljoens zijn nu musea en kantoren, met inbegrip van de Pabellon de Bellas Artes, nu het Archeologisch Museum, en de Pabellon Mudejar, die het Museo de Artes y Costumbres Populares herbergt.

Kathedraal Maria de la Sede

De Kathedraal van Sevilla (Catedral de Santa María de la Sede) is een grote gotische kathedraal in de Spaanse stad Sevilla en de hoofdkerk van het aartsbisdom Sevilla. De kathedraal is gebouwd in de vorm van een vijfbeukige kruiskerk met kapellen en is van binnen 127 meter lang, 83 meter breed en 43 meter hoog. Daarmee is het na de Sint-Pietersbasiliek in Rome en de St Paul's Cathedral in Londen het grootste kerkgebouw van Europa en tevens het grootste gotische kerkgebouw ter wereld. De Giralda, de 104,5 meter hoge klokkentoren van de kathedraal, is het waarmerk van de stad Sevilla. De kathedraal van Sevilla heeft een uitzonderlijk rijke inventaris. Sinds 1987 staat zij op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.

De kathedraal is gebouwd op de plaats waar voorheen de Moorse hoofdmoskee van de stad stond. Deze werd in de twaalfde eeuw door de Almohaden gebouwd en deed na de christelijke verovering van Sevilla in 1248 aanvankelijk dienst als kathedraal. In 1401 werd besloten tot de bouw van een gigantische nieuwe kathedraal in gotische stijl. De bouw begon een jaar later aan de westzijde; vanaf 1432 kwam het oostelijke deel tot stand. De bouw werd afgesloten in 1506. Van de oorspronkelijke moskee bleven enkele onderdelen grotendeels gespaard, met name de voorhof (Patio de los naranjos ofwel Sinaasappelhof) met de fraai bewerkte Puerta del Perdón, en de minaret (de tegenwoordige Giralda). Gotische portalen zijn de twee zijportalen in de westgevel en de Puerta de las Campanillas en de Puerta de los Palos aan de oostzijde. De vieringtoren van de nieuwe kathedraal stortte in 1511 in, waarna deze in zeer bescheiden vorm herbouwd werd. In de loop van de zestiende eeuw werd het bouwwerk uitgebreid met een aantal aanbouwsels in zuivere renaissancestijl. Van 1541 tot 1575 ontstond zo de schitterende Koninklijke Kapel ter plaatse van de apsis, waar de dertiende-eeuwse koningen Ferdinand de Heilige en Alfons de Wijze werden bijgezet. Ten zuiden van de kerk kwamen in die tijd enkele architectonische juweeltjes tot stand, zoals de sacristie (1528-1547) en de kapittelzaal (1558-1592). In de zeventiende eeuw werd de westelijke arm van de sinaasappelhof vervangen door de Iglesia del Sagrario, een bescheiden kerk in barokstijl. In de negentiende eeuw werden enkele grote, met rijk beeldhouwwerk versierde portalen toegevoegd in neogotische stijl: het hoofdportaal in de westgevel en de portalen van de dwarsarmen. Ook ander beeldhouwwerk werd toegevoegd.

Het interieur van de vijfbeukige kathedraal behoort tot de indrukwekkendste gotische kerkruimten van Spanje, het is bijzonder mooi van lijn en proportie en bezit een grote hoeveelheid kunstwerken. Van de vijfenzeventig glasschilderingen uit de vijftiende tot twintigste eeuw zijn de oudste in 1478-1483 vervaardigd door Enrique Alemán. Het koor bevindt zich vrijwel midden in de kerk in de vierde en vijfde travee van het middenschip. Het wordt afgesloten met een mooi hekwerk uit 1519 en bevat een schitterend gotisch koorgestoelte uit 1475-1479. De twee grote orgels aan weerszijden dateren uit de achttiende eeuw. Iets naar het oosten, in de achtste travee, bevindt zich de Capilla Mayor, eveneens met een groot hekwerk uit 1524-1528. De kapel bevat het imposante hoofdaltaar, een meesterwerk van gotisch houtsnijwerk in Spanje. Het retabel werd in 1481 begonnen door de Vlaamse houtsnijder Peter Dancart en na zijn dood voltooid in 1526; later in de zestiende eeuw werd het nog uitgebreid. In het midden bevindt zich het dertiende-eeuwse beeld van de Virgin de la Sede, omgeven door vierenveertig uit hout gesneden voorstellingen uit het leven van Christus en Maria. De kathedraal bezit vele altaarstukken van kunstenaars uit de Sevillaanse school; bijzonder interessant zijn de twee schilderijen van de Spaanse kunstschilder Bartolomé Murillo in de doopkapel aan de noordzijde van het schip: Het visioen van de Heilige Antonius uit 1656 en de Doop van Christus uit 1668. Andere werken zijn onder andere van Alonso Cano, Juan de Valdés Leal en Francisco da Herrera de Jonge. Talrijk zijn de grafmonumenten uit de vijftiende tot de twintigste eeuw, veelal van aartsbisschoppen van Sevilla. De graftombe van aartsbisschop Gonzalo de Mena is een gotisch werkstuk uit albast, die van kardinaal Juan de Cervantes, eveneens uit de vijftiende eeuw, vertoont Vlaamse invloed. In de zuidelijke dwarsbeuk, bij de Puerta de San Cristóbal, bevindt zich het praalgraf van Christoffel Columbus door Arturo Mélida, dat in 1892 in de kathedraal van Havana gebouwd werd, en na de onafhankelijkheidsverklaring van Cuba in 1898 hiernaartoe werd overgebracht. Het is niet zeker of het monument werkelijk het stoffelijk overschot van Columbus bevat. Meteen in het begin van het middenschip is de grafsteen geplaatst van Hernández Colón, de zoon van Columbus (1539). In de Andreaskapel aan de zuidzijde bevindt zich een beroemd crucifix van Juan Martínez Montañés. In de Sacristia de los Calices hangen talrijke schilderijen, onder andere De Heilige Justa en Rufina van Goya en werken van Francisco Zurbarán en Jacob Jordaens. De Sacristia Mayor, toegankelijk via een Antesala, is een prachtig bouwwerk met een fraaie koepel. Het bevat een Kruisafneming van Pieter de Kempeneer (Pedro Campaña) en een aantal stukken uit de rijke kerkschat, waaronder een reusachtige zilveren monstrans uit de zestiende eeuw en de sleutels van Sevilla, die bij de verovering van de stad door de christenen in 1248 zouden zijn overhandigd aan koning Ferdinand de Heilige.

Huis van Pilates

Het Casa de Pilatos ligt in de Joods-Arabische wijk Santa Cruz. Het is een Mudéjar paleis gebouwd aan het eind van de 15e eeuw door D. Pedro Enríquez, diens vrouw Catalina de Ribera en hun zoon Fadrique Enríquez de Ribera. De naam 'Huis van Pilatos' werd door Fadrique bedacht na zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem in 1519. Hij renoveerde het pand en gebruikte daarvoor het huis van Poncius Pilatus. Tegenwoordig is het monument in handen van de Duques van Medianceli. Via de indrukwekkende marmeren entree uit 1529 kom je op de gedecoreerde binnenplaats met in het midden een grote waterput. De beelden die hier staan zijn afkomstig uit Itálica, de oude Romeinse stad bij Santiponce waar we later nog naar toe zullen gaan. 

Van de binnenplaats kom je in de tuinen en in het paviljoen. De trappen naar boven zijn bijzonder mooi versierd met een ronde houten koepel aan het plafond en aan weerskanten mudéjar tegels. Eenmaal boven kom je in kamers die rijk gevuld zijn met prachtige frescos, kunst en schilderijen uit de 16e tot de 19e eeuw. Een van de bekendste werken is het schilderij La Piedad van Sebastiano del Piombo uit 1539. De kapel in het pand is gotisch. Er worden vele oude manuscripten en antiquiteiten bewaard. Het paleis staat bekend als één van de best bewaard gebleven panden uit de 16e eeuw in Sevilla.

Restaurant Don Carlos

's Avonds zijn we samen de stad ingewandeld en hebben we een restaurant gezocht. Opvallend was dat deze niet in het winkelcentrum waren maar meer in een aparte wijk. Uiteindelijk kwamen we terecht in het restaurant Don Carlos. Hier hebben we lekker buiten kunnen eten en van de zwoele avond temparatuur genoten. Na afloop zijn we richting hotel gelopen en moe maar voldaan naar bed gegaan.